Gastvrije taal en 50 rode ballen – wat hebben ze met elkaar te maken?

Gastvrije Taal en rode ballen hebben veel met elkaar te maken. Want in de 50 rode ballen vonden de deelnemers aan de workshops een getal dat hoorde bij een van de 50 foute zinnen aan de waslijn. En met die foute zinnen gingen ze aan de slag.

Gastvrije taal en 50 rode ballen

de 50 rode ballen bevatten onduidelijke, ambtelijke, ongastvrije zinnen

(Dolf gaf bij de gemeente Utrecht de Workshop ‘Gastvrije Taal in 30 minuten’.)

Wat voor zinnen ?

Ambtelijke zinnen, juridische zinnen, beleidstaal: van alles wat. Maar stuk voor stuk zinnen die niet begrijpelijk en niet gastvrij zijn. Dat moet dus anders.

 

Wat was de opdracht?

De opdracht was om de zinnen te herschrijven in B1-taal. Dat staat in de motie die door de gemeenteraad is aangenomen. B1-taal is taal die 90 tot 95 procent van de inwoners van Utrecht begrijpt.

 

Gastvrije taal: de waslijn met 50 moeilijke zinnen

Hoe zien de herschreven zinnen eruit?

Veel beter. Deelnemers hebben langere zinnen verdeeld in kortere zinnen, lijdende vormen actief gemaakt. Soms heb je om begrijpelijk te schrijven wat meer woorden nodig. ‘Melding buitenruimte doen’ of ‘Identificatieplicht’ zijn wel heel kort, maar doordat er geen werkwoorden in zitten, snap je het niet.

‘Graag uw paspoort of rijbewijs meenemen’ is veel duidelijker. En wat is ‘buitenruimte’? Sommige zinnen waren zo ingewikkeld en onduidelijk dat deelnemers hun rode kaart trokken, dan mochten ze een nieuwe rode bal pakken.

Is 30 minuten niet veel te kort?

Een half uur was precies goed. Na een korte toelichting op de Tien tips voor Gastvrije Taal gingen de deelnemers hard aan het werk met de vijftig zinnen.

Reacties van deelnemers

‘Bizar dat er zoveel moeilijke woorden en ingewikkeld geformuleerde zinnen worden gebruikt in de communicatie.’

‘Iets wat zo simpel lijkt – namelijk in “gewone mensentaal” je verhaal opschrijven- is lastig om te doen.’

Deze twee reacties van deelnemers aan de workshop Gastvrije Taal in 30 minuten slaan de spijker op zijn kop. Wat een onzin eigenlijk, om zulke moeilijke teksten te maken. En wat is het eigenlijk lastig om in gewonemensentaal op te schrijven wat je wilt zeggen.

In alle vier groepen kwamen deze reacties voor. Wat we ook hoorden was: een half uur is te kort. Dat begrijp ik, zelf drie uur is nog te kort om het echt in de vingers te krijgen. Maar het goede nieuws is dat steeds meer mensen snappen dat het gewoon moet. Niet alleen omdat de gemeenteraad het wil, maar ook omdat je inwoners brieven en andere teksten wilt sturen zoals je ze zelf ook zou willen ontvangen. En dat we er nu met z’n allen mee bezig zijn, is ook goed nieuws.